Spelregels

informatie: 
Hier worden de spelregels uitgelegd en toegelicht die de Nederlandse Go Bond hanteert.

Hoezo eenvoudig?
Overal lees je dat de spelregels eenvoudig zijn. En dat zijn ze ook. Alleen.... het venijn zit in de uitzonderingsbepalingen! If, Then, Else tot in de 3e graad!! Hieronder de eenvoudige regels voor beginners, daarna de officiële regels die de Nederlandse Go Bond hanteert:


1. Twee spelers, de een met zwarte stenen, de ander met witte stenen, plaatsen om de beurt, op een bord met 19 horizontale en 19 verticale lijnen, waardoor 361 (kruis-)punten ontstaan, een steen op een punt. We noemen dat zetten. Zwart begint;

2. Horizontale en verticale punten grenzend aan een punt noemen we vrijheden. Een punt kan dus 4,3,2,1 of geen vrijheden hebben, afhankelijk van de positie op het bord en al eerder geplaatste stenen. Bezetten meerdere stenen van één kleur elkaars vrijheden dan noemen we dat een groep en de groep kennen we het totale aantal vrijheden toe.

3. Je mag per beurt één steen op elk leeg punt zetten, mits:

  • die steen na het zetten ten minste nog één vrijheid heeft, óf
  • je met die zet de laatste vrijheid van een steen of groep van de tegenstander ontneemt en die steen of stenen direct verwijdert en bewaart (noemen we slaan) en
  • de gehele situatie op het bord niet eerder is voorgekomen (Ko-regel).

4. Je mag je beurt overslaan (passen). Als beide spelers dat doen is het spel afgelopen.

5. De punten die door jouw groep(en) zijn omsingeld of afgescheiden van de tegenstander worden gebiedspunten genoemd. Punten tussen twee groepen van ongelijke kleur worden Dame genoemd.

6. Ieder telt de stenen die hij/zij heeft geslagen (en dus heeft bewaard tijdens de partij) en telt daarbij de eigen gebiedspunten op. Degene met de meeste punten wint.


Regels van de Nihon Kiin, Japan, 15 mei 1989

 Opmerkelijk is dat de term "groep" niet wordt gedefinieerd en is ook niet af te leiden uit de vastgestelde regels. Kan ook een omissie zijn in de  Engelse vertaling.

 Bij regel 4 is een definitie toegevoegd (cursief gedrukt) om de zaken op dat terrein duidelijker te maken.

regel 1: de denksport go
Go is een denksport waarbij twee spelers hun krachten meten op een bord, van het begin tot het eind van het spel, overeenkomstig regel 9, om het meeste gebied te veroveren. Een partij is de verzameling van zetten tot het einde van het spel.

regel 2: spelen
De spelers kunnen om de beurt een zet doen (een steen plaatsen), de een speelt met de zwarte stenen, de ander met de witte stenen.

regel 3: punten waarop men speelt
Op het bord is een rooster met 361 kruispunten, gevormd door 19 horizontale en 19 verticale lijnen. Een steen mag gezet worden op elk onbezet kruispunt (genoemd: “leeg punt”), mits regel 4 toestaat dat de steen mag blijven staan. Het kruispunt waar de steen is gezet wordt het “speelpunt” genoemd.

regel 4: stenen die op het bord mogen blijven staan
Nadat een steen is geplaatst mag een groep van één of meerdere stenen blijven staan op het speelpunt/de speelpunten mits die groep ten minste één horizontaal of verticaal leeg punt heeft, wat een “vrijheid” wordt genoemd. Er mag geen enkele steen of groep zonder vrijheden op het bord blijven staan. Een groep is een aantal stenen van dezelfde kleur die horizontaal en/of verticaal op één of meerdere eigen vrijheid/vrijheden staan. Deze stenen worden "verbonden" genoemd. De groep heeft als geheel een aantal vrijheden.

regel 5: slaan
Als, door een zet van een speler, één of meerdere stenen van de tegenstander geen vrijheden meer heeft, zoals bedoeld in regel 4, dan moet de speler de steen of stenen verwijderen van het bord, zij worden “geslagen steen of stenen” genoemd. In dat geval is de zet pas gespeeld als de steen of de stenen zijn verwijderd van het bord.

regel 6: Ko
Een situatie waarbij de spelers achter elkaar de steen van de tegenstander kunnen vangen heet “Ko”. Een speler wiens steen is gevangen in de situatie Ko mag niet gelijk de steen vangen waarmee zijn steen is gevangen.

regel 7: leven en dood
1. Stenen “leven” als zij niet gevangen kunnen worden door de tegenstander, of als voor het vangen van die stenen een extra steen nodig is die de tegenstander niet kan vangen. Stenen die niet leven worden “dood” genoemd.
2. Bij het vaststellen van leven en dood nadat het spel is beëindigd zoals in regel 9, is het spelen van hetzelfde Ko verboden. Een speler wiens steen is gevangen in Ko mag echter wel opnieuw in Ko vangen als de tegenstander heeft gepast.

regel 8: gebied
Lege punten die worden omringd door levende stenen van dezelfde speler worden “oogpunten genoemd”. Andere lege punten worden “Dame” genoemd. Stenen die levend zijn én Dame-punten bevatten worden “Seki” genoemd. Oogpunten omringd door stenen die levend zijn, maar niet Seki, worden “gebied” genoemd, elk oogpunt telt als één gebiedspunt.

regel 9: eind van het spel
1. Als een speler past en vervolgens past de tegenstander ook dan stopt het spel.
2. Na het stoppen eindigt het spel als de spelers het eens zijn over welke stenen dood zijn, welke stenen levend zijn en welke punten gebied zijn. Dit wordt het “eind van het spel” genoemd.
3. Als een speler een beëindigd spel alsnog wil hervatten dan is de tegenstander dat verplicht én mag die als eerste zetten.

regel 10: bepalen van het resultaat
1. Als er overeenstemming is dat het spel beëindigd is, verwijdert elke speler de dode stenen van de tegenstander uit eigen gebied en voegt deze bij de gevangen stenen.
2. De gevangen stenen worden in het gebied van de tegenstander geplaatst en het resterende gebied wordt per speler geteld. De speler die het meeste overhoudt wint het spel. Als de gebieden even groot zijn dan is het een gelijkspel en dat wordt Jigo genoemd.
3. Als een speler de telling betwist dan moeten beide spelers opnieuw proberen het resultaat vast te stellen door, bijvoorbeeld, het spel opnieuw te spelen.
4. Als beide spelers instemmen met het resultaat dan kan het resultaat nooit meer gewijzigd worden.

regel 11: opgave
Tijdens het spel mag een speler het spel beëindigen door op te geven. Het resultaat voor de andere speler wordt “winst door opgave” genoemd.

regel 12: geen resultaat
Als de situatie op het hele bord voor een tweede keer voorkomt en de spelers zijn het daarover eens, dan eindigt het spel met “geen resultaat”.

regel 13: beide spelers verliezen
1. Als het spel stopt, zoals bedoeld in regel 9, én de spelers vinden een zet die het resultaat van het spel beïnvloedt en daardoor niet akkoord gaan met het beëindigen van het spel, verliezen beide spelers.
2. Als tijdens het spel een steen wordt verplaatst naar een ander speelpunt dat gaat het spel pas verder nadat die steen is teruggeplaatst naar het originele speelpunt. Als beide spelers daarover geen overstemming hebben, verliezen zij beiden.

regel 14: overtredingen
Overtreden van de voorstaande regels betekent direct verlies van het spel, ervan uitgaande dat het resultaat van het spel nog niet overeengekomen is door de spelers.


toelichting op de regels van de Nihon-Kiin

ALGEMEEN

De vertaling is vrij letterlijk gedaan om de regels niet van hun kracht te ontdoen. Vandaar dat het misschien nogal wat houterig over kan komen.

toelichting regel 1
Een belangrijke en ook in Nederland bekende variant is "parengo": dan spelen twee paren tegen elkaar.

toelichting regel 3
Kruispunten, lege punten en speelpunten zijn verschillende benamingen voor wat wij gewoon punten noemen. Hier wordt er onderscheid gemaakt opdat in volgende regels geen problemen ontstaan. Deze regels zijn in feite dan ook meer bedoeld voor de professionele spelers en toernooien. Wij spelen ook op ander formaat borden zoals 9x9 en 13x13. In diagram A zie je alle punten waarop je kunt spelen, zoals zet 1.
diagram A 

toelichting regel 4
Een steen mag niet gezet worden op een punt als die steen geen vrijheden heeft. Men mag ook door het zetten van een steen een andere eigen steen of stenen niet de laatste vrijheid benemen. In diagram B mag zwart dus niet op de gemerkte punten zetten. Maar wel op punt A! Rechtsonder zie je diverse groepen: één witte groep (wordt ook wel sliert/ketting genoemd) van 12 stenen. Binnen in die groep staan vier losse stenen van zwart. Zij zijn niet verbonden met elkaar. Aan de buitenkant van de witte groep staan 3 zwarte groepen van ieder (boven) 4, (links) 5 en (onder) 4 stenen.

diagram B 

In diagram C mogen in alle situaties de witte steen of stenen niet blijven staan. Wij noemen dat dode stenen of dode groepen.

diagram C 

toelichting regel 5
Steen of stenen (groep) vang je door de laatste vrijheid van die steen of groep van de tegenstander te bezetten. Het zetten van die steen op het bord en het verwijderen van die gevangen steen of groep noemen wij "slaan". In diagram D is het zetten van steen met nummer 1 het slaan van een steen of groep. Merk op dat soms (groepje linksboven, onderste twee groepen) het punt waarop geslagen wordt zelf geen vrijheden heeft! Dat is voor belang bij regel 7: leven en dood.
diagram D 

toelichting regel 6
In diagram E1 kan zwart de met een driehoekje gemerkte witte steen slaan met zwart 1. In diagram E2 mag wit volgens deze regel niet meteen terugslaan op de gemerkte plek 4. Wit moet eerst ergens anders op het bord spelen (zet 2), iets waarop zwart wellicht moet antwoorden. Dat noemen we een Ko-dreiging. Als zwart inderdaad ook ergens anders speelt (zet 3), dan mag wit wel slaan op punt 4 (vandaar nummer 4). En nu mag zwart niet meteen weer terugslaan en dus op zoek gaan naar een Ko-dreiging (wat dus niet verplicht is).

diagram E1           diagram E2 

toelichting regel 7 (7-1) Voorbeelden van groepen die omringd worden door andere stenen die levend zijn. Linksboven zijn zowel de omringde witte groep als de zwarte groep levend. Rechtsonder is een voorbeeld van Seki, regel 8.

diagram F 

(7-1) Voorbeelden van groepen die leven omdat als ze gevangen zouden worden door een steen van de tegenstander deze steen weer direct terug kan worden slagen, terwijl dat voor deze laatste steen niet geldt. We noemen dit "snap-back".

diagram G 

(7-1) Voorbeelden van dode groepen. De zwarte groepen zijn dood.

diagram H 

(7-2) Als het spel is gestopt (zie regel 9) dan stopt ook het Ko spelen. Ook al heeft een speler nog genoeg Ko-dreigingen, die mag men niet gebruiken om een direct Ko terug te slaan. Zwart zet niet op A en stelt dat het spel gestopt is. Als het spel zo is gestopt dan zijn zowel de zwarte groep als de witte steen dood. Zie diagram I. Het is duidelijk dat de witte steen dood is, want zwart kan die steen slaan door op A te zetten. De zwarte stenen zijn dood omdat wit ze kan slaan door op B te zetten, zwart moet passen voor dat Ko en wit slaat 6 zwarte stenen door op A te zetten.

diagram I 

(7-2) Als een speler wiens steen in Ko is gevangen heeft gepast, dan is de situatie van dat Ko hetzelfde als wanneer het spel hervat zou zijn. De speler mag nu het Ko weer slaan. In diagram J een voorbeeld van opnieuw slaan na passen. De vraag in diagram J is of het spel gestopt kan worden zonder dat zwart op A zet. Het antwoord luidt dat als wit het Ko niet uitvecht en het spel zo eindigt, dan leven de acht zwarte stenen en is de witte steen dood. Zwart hoeft dus geen zet te doen op A.

diagram J 

(7-2) Stel dat de posities in diagram K beide voorkomen op het bord. De vraag is of het spel gestopt kan worden zonder dat zwart op A zet. Antwoord: Als het spel op deze manier eindigt dan is de witte steen dood ondanks de dubbele Ko-dreiging rechts. Zwart hoeft dus geen steen te zetten op A.

diagram K  De reden waarom wit dood is, is als volgt (diagram L, zetten 1 t/m 8): Wit 1 slaat het Ko (links) en zwart past omdat het Ko meteen terugslaan niet mag, alleen na een pas. Wit 3 geeft Atari (je reduceert het aantal vrijheden van een steen of groep van de tegenstander tot één). Zwart 4 slaat het Ko terug en dat mag omdat zwart al gepast heeft op dit Ko. Wit 5 slaat een Ko aan de rechterkant en zwart 6 slaat daar het andere Ko. Wit 7 past voor het linker Ko omdat slaan zonder eerst te passen verboden is. Zwart 8 slaat de twee witte stenen aan de linkerkant.

diagram L 

Zetten 9 t/m 12, zie diagram M. Wit 9 en zwart 10 passen voor het Ko aan de linkerkant. Wit 11 slaat het Ko, dat mag nu omdat wit voor dit Ko heeft gepast met zet 9. Zwart 12 slaat het Ko, dat mag nu omdat zwart voor dit Ko heeft gepast met zet 10. Merk op dat als wit zou hebben gepast voor het Ko 6/11 aan de rechterkant, dan zou zwart 8 hebben gespeeld op 12 en daarmee de hele witte groep rechts geslagen. Wit kon dan nog steeds niet links slaan en de zwarte groep rechts zou blijven leven.

diagram M 

toelichting regel 8 Het basis principe is dat gebied bestaat uit vrije punten die omringd worden door compleet zelfstandige, levende groepen. Groepen met Dame-punten die levend zijn in Seki, zijn dat dus niet zelfstandig en ook al omringen zij punten, dan zijn het dus geen gebiedspunten. 1. Ogen en gebied. De punten A t/m D in diagram N zijn ogen. De zwarte groep die deze punten omringt leeft, dus zijn het gebiedspunten.

diagram N 

2. Seki en Dame. Punt A in diagram O is een Dame-punt. De tien zwarte stenen en vier witte stenen leven met een Dame-punt, dus zij leven in Seki. De punten gemarkeerd met een X zijn ogen maar tellen niet als gebiedspunten, de omringende groep leeft in Seki.

diagram O 

3. Dubbel Ko Seki. In diagram P zijn A en B Dame-punten omdat zij niet worden omringd door levende groepen van de een c.q. de andere speler. De 6 zwarte en 12 witte stenen zijn levende groepen met Dame-punten, dus ze leven in Seki. De punten gemarkeerd met een X zijn geen gebied omdat zij leven in Seki.

diagram P 

4. Zetten op Dame-punten om gebied veilig te stellen. In diagram Q leven beide groepen zwart en wit, maar in Seki vanwege het Dame-punt A. Dus geen van beiden heeft hier gebied. Een zet op A is echter wel nodig om zwarts en wits ogen tot gebied te maken.

diagram Q 

Toelichting regel 10 Een speler hoeft niet alle dode stenen van de tegenstander die in zijn gebied staan te slaan. Hij kan ze verwijderen zonder extra te zetten. In diagram R een voorbeeld dat na het beëindigen van het spel de witte steen in het gebied van zwart kan worden verwijderd (gevangen) zonder verder te spelen.

diagram R 

En in diagram S een voorbeeld waarbij de stenen niet zomaar verwijderd kunnen worden. De zwarte stenen die gemarkeerd zijn met een driehoekje zijn dood, maar wit leeft in Seki, dus de punten behoren niet tot zijn gebied. Echter, voordat het spel eindigt kan wit op A zetten (en de twee stenen slaan). Als zwart daarna nog eens daar zet door "in te gooien", zoals dat wordt genoemd, dan slaat wit die steen daarna.

diagram S 

Toelichting regel 12
Drie voorbeelden van herhaling van zetten waardoor de partij beëindigd wordt: diagram T1 (driedubbel of hoger Ko), diagram T2 (round-robin Ko) en diagram T3 (lang leven Ko).

diagram T1     diagram T2      diagram T3 

Toelichting regel 13
Stel dat beide spelers nadat het spel is gestopt nog goede zetten vinden zoals A in diagram U1 en U2. Veronderstel dat beide spelers de partij verliezen als de tegenstander op A zou zetten, dan zullen beiden niet vragen om door te gaan. Als wit vraagt om door te gaan dan mag zwart beginnen (regel 9.3) en andersom mag wit beginnen als zwart vraagt door te gaan. Als de spelers het dan niet eens zijn dat het spel is beëindigd, verliezen beiden.

diagram U1        diagram U2