Snel go leren

De regels van go zijn eenvoudig. 

Op de website Leergo krijg je filmpjes en voorbeelden zodat je in tien minuten de basis van het spel onder de knie hebt.

leergo.nl_1.png

Om het spel uitgebreider te leren verwijst de NGoB je graag naar de uitstekende website van 321Go. Daar vind je een prima cursus go en nog veel meer.

De Online Go Server (OGS) heeft een Nederlandstalige uitleg van de spelregels en basistechnieken.  

Er is ook een Nederlandstalig boekje met de spelregels: De Kunst van Go. Dit kan aangeschaft worden bij de webwinkel van de NGoB.

 dekunstvango_1.jpg

Een kort overzicht van de basisregels:

Het plaatsen van stenenTwee spelers, de een met zwarte stenen, de ander met witte stenen, zetten om de beurt een steen op een leeg kruispunt van een bord met 19 horizontale en 19 verticale lijnen. Er zijn aan het begin dus 361 (kruis-)punten beschikbaar. Zwart begint.

Vrijheden van stenenHorizontale en verticale punten grenzend aan een punt noemen we vrijheden. Een steen kan dus 4,3,2,1 of geen vrijheden hebben, afhankelijk van de positie op het bord en al eerder geplaatste stenen. Als meerdere stenen van één kleur horizontaal of verticaal verbonden zijn, dan noemen we dit een groep. De groep heeft het totaal aantal vrijheden van zijn stenen. 

Voorwaarden voor het plaatsen van een steenJe mag per beurt één steen op elk leeg punt zetten als:

  • die steen na het zetten ten minste nog één vrijheid heeft, óf
  • je met die zet de laatste vrijheid van een steen of groep van de tegenstander ontneemt en die steen of stenen direct verwijdert en bewaart (dit noemen we slaan), en
  • de gehele situatie op het bord niet eerder is voorgekomen (zogeheten ko-regel).

Passen Je mag je beurt overslaan (passen). Als beide spelers dat doen is het spel afgelopen.

GebiedspuntenDe punten die door jouw groep(en) zijn omsingeld of afgescheiden van de tegenstander worden gebied genoemd. Punten tussen twee groepen van ongelijke kleur zijn neutraal en vormen voor geen van beide gebied. 

TellingIeder telt de stenen die hij/zij heeft geslagen (en dus heeft bewaard tijdens de partij) en telt daarbij de eigen gebiedspunten op. Degene met de meeste punten wint.